**1..** Aan de voorschriften, die aan de vergunning te verbinden zijn, kan een bepaalde termijn gesteld worden waarop, overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen, tot herplant moet worden overgegaan.
**2..** Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze eventueel niet-aangeslagen beplanting moet worden vervangen.
**3..** Van de vergunning mag geen gebruik worden gemaakt gedurende:
de bezwarentermijn van zes weken na de bekendmaking van de vergunning;
twee weken na de beslissing op bezwaar, indien een bezwaarschrift is ingediend;
twee weken na de uitspraak van de bestuursrechter, indien een voorlopige voorziening is aangevraagd.
**4..** Van de vergunning mag eveneens geen gebruik worden gemaakt tijdens de periode van 15 maart tot 15 juli, ten zij er geen sprake is van strijdigheid met de Flora- en faunawet.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:12B
Bijzondere vergunningsvoorschriften
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Aa en Hunze 2017