Naar hoofdinhoud
1.. De auditcommissie bestaat uit zes leden. 2.. Tot leden van de auditcommissie zijn door de raad benoembaar: Leden van de raad. Beëdigde niet-raadsleden. Eén extern lid. Het externe lid moet voldoen aan artikel 15 van de Gemeentewet. Alvorens de functie te kunnen uitoefenen leggen de leden van de auditcommissie, voor zover geen lid van de gemeenteraad of beëdigd als commissielid, in handen van de voorzitter van de raad, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de auditcommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de auditcommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (dat verklaar en beloof ik)." 3.. De auditcommissie wijst uit haar midden een voorzitter aan die stemhebbend lid blijft. De commissie wijst uit haar midden tevens een plaatsvervangend voorzitter aan. 4.. De raadsgriffier dan wel een griffiemedewerker, de vertegenwoordiger(s) uit het College, de vertegenwoordiger(s) uit de ambtelijke organisatie en de accountant zijn adviserend lid van de commissie. 5.. De griffier dan wel een griffiemedewerker is secretaris van de auditcommissie. De secretaris is geen lid van de auditcommissie. 6.. De leden van de commissie worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de Raad benoemd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel