1.In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buitenaanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikelbedoelde waarde, de waarde van:
a.onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor hethouden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een enander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
b.straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijndegebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van hetverkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties,standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;
c.plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan degemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzonderingvan delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;
belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs;
belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst terzake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundigehulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid.
Artikel 6
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening Bedrijfsinvesteringszone Centrum gemeenten Beuningen 2017-2021