Naar hoofdinhoud
1.In afwijking van artikel 9 eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagenworden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking van het eerste lid geldt - ingeval het totaalbedrag van de op één aanslag biljetverenigde aanslagen meer bedraagt dan € 45,- met een maximum van € 3.000,- en eenmachtiging is afgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag -, dat: a.aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober van hetbelastingjaar waarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in zoveel gelijketermijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nogmaanden in het belastingjaar overblijven met een maximum van acht; b.aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het belastingjaarwaarop ze betrekking hebben, worden geïncasseerd in drie gelijke termijnen. Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste incassotermijn een maandna de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnentelkens een maand later. 3.In afwijking van het eerste lid geldt, voor aanslagen waarvan het totaal bedrag van de opéén aanslagbiljet verenigde aanslagen € 45,- of minder bedraagt en een machtiging isafgegeven voor het automatisch incasseren van het verschuldigde bedrag, dat hettotaalbedrag van de aanslag in één keer wordt geïncasseerd twee maanden na dedagtekening van het aanslagbiljet. 4.Voor aanslagen, waarvan het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagenmeer bedraagt dan € 3.000,-, is geen automatische incasso mogelijk en is debetalingstermijn als onder lid 1 van toepassing. 5.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel