Naar hoofdinhoud
1.. De uitvoerings- en handhavingsorganisatie wordt zodanig ingericht, dat zij in staat is om de takenen activiteiten uit te voeren met inachtneming van de daarvoor minimaal vereiste deskundigheid. 2.. Bij de uitvoering van de uit de Wabo voortkomende taken, de Wabo-thuistaken, gelden dekwaliteitscriteria 2.1. als referentiekader. 3.. Bij de uitvoering van taken, die voortkomen uit andere formele wetgeving en de gemeentelijke autonome verordenende bevoegdheid, zoals de APV, gelden de kwaliteitscriteria VTH Den Haag.

Rechtspraak bij dit artikel