**1..** Volledig arbeidsongeschikten. Cliënten die voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt zijn verklaard en tijdens de referteperiode een inkomen ontvingen dat maandelijks niet hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**2..** Gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Cliënten die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn verklaard en tijdens de referteperiode niet in staat zijn geweest meer te verdienen dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**3..** Mantelzorg. Cliënten die in de referteperiode tijdens de gebruikelijke werkuren mantelzorg verleenden en met het werk dat buiten de uren mantelzorg om werd verricht niet in staat zijn geweest meer te verdienen dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.
**4..** Vrijstelling van de arbeidsplicht. Cliënten die op basis van een diagnose door de deskundige gedurende de referteperiode vrijgesteld zijn van de arbeidsplicht.
**5..** Overige omstandigheden. Omstandigheden buiten de verantwoordelijkheid van de cliënt, die ertoe geleid hebben dat inkomensverbetering tijdens de referteperiode niet mogelijk was.
Hoofdstuk 11
Artikel 11.1
Rechthebbenden zonder nadere individuele beoordeling
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet Wageningen 2016