Naar hoofdinhoud
1.. Het college weigert de subsidie indien: Niet wordt voldaan aan de oppervlakte-eis van artikel 4, tweede lid; Niet wordt voldaan aan de wijze van afkoppelen als bedoeld in artikel 4, derde lid; Het hemelwater dat van het afgekoppeld verhard oppervlak afstroomt niet kan worden geïnfiltreerd in de bodem en afvoer naar open water niet haalbaar is; Het afkoppelen kan leiden tot overlast op aanliggende percelen; Het afkoppelen anderszins vanuit milieuhygiënisch of hydrologisch oogpunt ongewenst is. 2.. Het college kan de subsidie (gedeeltelijk) weigeren indien er gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: De activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; De private partij niet zal voldoen aan de verbonden verplichtingen behorende bij de subsidie; Bij werkelijke projectkosten die worden opgevoerd voor het afkoppelen van oppervlakken groter dan 200 m2, kosten zijn opgevoerd die in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd; De aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of; De subsidieverlening anderszins onjuist was en de private partij dit wist of behoorde te weten, of; De aanvrager failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. 3.. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend of vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel