Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 14 te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 14;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 14, derde lid;
wat betreft beeldbepalende zaken: de weigering van het bevoegd gezag tot verlening van een vergunning hiervoor als bedoeld in deze verordening, de voorschriften aan deze vergunning en nadere regels als bedoeld in deze verordening voor de wijze van uitvoeren van werkzaamheden.
Paragraaf 9.
Artikel 24.
Tegemoetkoming in schade
Onderdeel van Erfgoedverordening Geertruidenberg 2017