Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Kwijtschelden van vorderingen die niet het gevolg zijn van schending van de inlichtingenplicht

Onderdeel van Beleidsregel Terugvordering, aflossing en kwijtschelding Participatiewet Den Haag 2017

Dit artikel vervangt artikel 7 en 8 van de Beleidsregels 2014. In de Beleidsregels 2014 is nog onderscheid gemaakt met betrekking tot kwijtschelding tussen vorderingen (niet het gevolg van schenden van de inlichtingenplicht) ontstaan vóór en ontstaan ná 1 januari 2014. Inmiddels zijn de vorderingen ontstaan vóór 1 januari 2014 al afgelost dan welkwijtgescholden. Daarom is in deze nieuwe beleidsregels geen onderscheid meer ten aanzien van de ontstaansdatum van vorderingen, die niet het gevolg zijn van schending van de inlichtingenplicht. Hierbij is alleen de kwijtscheldingstermijn van toepassing voor vordering ontstaan na 1 januari 2014: 4 jaar. Met de mogelijkheid om de aflossing binnen een tijdsbestek van 54 maanden (4,5 jaar) te doen, heeft de debiteur 6 “adempauze” maanden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel