Voor zover terugbetaling ineens van vorderingen uit ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekte bijstand niet mogelijk is, wordt een minnelijke betalingsregeling getroffen.

  • - De minnelijke betalingsregeling omvat bij een bijstandsuitkering:
    • - Een maandelijkse aflossing van dat deel van de uitkering, dat boven de wettelijke beslagvrije voet uitkomt.
    • - Zolang de belanghebbende de gegevens ter berekening van de wettelijke beslagvrije voet niet verstrekt aan het college, geldt een beslagvrije voet van 95% van de bijstandsnorm bedoeld in artikel 21 van de Participatiewet op basis van de leefsituatie van de belanghebbende.
  • - De minnelijke betalingsregeling omvat na volledige uitstroom uit de bijstand:
    • - Een maandelijks aflossingsbedrag dat vrijwillig via onderhandeling is overeengekomen

      tussen belanghebbende en college.

    • - Indien een overeenkomst bedoeld onder a. niet tot stand komt:

1ºBij vorderingen die niet het gevolg zijn van schenden van de inlichtingenplicht: een maandelijkse aflossing van 35% van het verschil tussen het netto gezinsinkomen en de wettelijke beslagvrije voet (dan wel, zolang de gegevens ter berekening van de beslagvrije voet niet door de belanghebbende zijn verstrekt, 90% van de betrokken bijstandsnorm).

2º Bij vorderingen die het gevolg zijn van schending van de inlichtingenplicht: een maande lijkse aflossing van 50% van het verschil tussen het netto gezinsinkomen en de wettelijke beslagvrije voet (dan wel, zolang de gegevens ter berekening van de beslagvrije voet niet door de belanghebbende zijn verstrekt, 90% van de betrokken bijstandsnorm).

  • - Bij recidive boeten is het eerste lid niet van toepassing, maar artikel 60b van de Participatiewet, dat bepaalt dat een recidive-boete met de bijstandsuitkering verrekend mag worden gedurende drie maanden.