Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Regels ex artikel 23, leden 3 en 5 Afvalstoffenverordening

Onderdeel van Nadere regels en besluiten Afvalstoffenverordening van de gemeente Groningen

Nadere regels voor het aanbieden van bedrijfsafval aan de inzameldienst De afvalcontainers moeten goed afgesloten zijn. De overdracht of de aanbieding van bedrijfsafval in afvalcontainers moet op zodanige wijze geschieden, dat geen afvalstoffen buiten de containers achterblijven. Het overdragen of aanbieden van bedrijfsafval moet ordelijk geschieden door plaatsing daarvan op de inzameldag tussen 6.00 en 8.00 uur, op het voetpad, zo dicht mogelijk bij de rijweg, of bij het ontbreken van een voetpad, aan de kant van de rijweg, tenzij door of namens het college een andere plaats is aangewezen. De houder van de afvalcontainer moet er voor zorgen dat de afvalcontainer zo spoedig mogelijk na lediging, doch uiterlijk aan het eind van de inzameldag van de weg is verwijderd. Indien op grond van overheidsvoorschriften bepaalde afvaldeelstromen gescheiden moeten worden aangeboden, mogen deze afvaldeelstromen niet met het andere bedrijfsafval worden vermengd. Het verbod bedoeld in artikel 23, lid 5 Afvalstoffenverordening geldt voor het volgende gebied: De straten binnen de Diepenring ( dus exclusief de buitenste ring), het Damsterdiep (tot aan de Petrus Campersingel), het Schuitendiep (tot aan de Schouwburg), de Nieuweweg, de Loppersumgang, de Pluimerstraat, de Nieuwe Ebbingestraat en de A-straat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel