Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt overlegd:
een inhoudelijk eindverslag over de realisatie van het project waaruit tenminste blijkt in welke mate de doelstelling(en) en de verwachtte effecten van de activiteit behaald zijn;
specificatie en de hierbij behorende bewijzen van de gemaakte kosten overeenkomstig de ingediende begroting;
benodigde bewijzen ter onderbouwing van de gerealiseerde werkgelegenheid;
als aanvullende voorwaarde bij de subsidievaststelling kan worden verzocht om een verklaring van een accountant;
bij de behandeling van het verzoek tot definitieve vaststelling van de subsidie bestaat de mogelijkheid dat overgegaan zal worden tot een verificatieonderzoek door een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke accountant. Aan de hand van de resultaten van dat onderzoek wordt vervolgens het definitieve subsidiebedrag vastgesteld;
de verleningsbeschikking als bedoeld in artikel 5 lid 5.
Het college van burgemeester en wethouders neemt een besluit tot vaststelling van de subsidie uiterlijk 12 weken nadat de aanvraag tot vaststelling is ingediend. Het besluit geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.
Indien binnen één jaar na de in de verleningsbeschikking genoemde einddatum van het project geen aanvraag tot vaststelling is ingediend, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld op
€ 0,00 (zegge nul euro).
In het geval het reeds verstrekte bedrag hoger is dan het bedrag van de vaststelling dan vindt terugvordering van het teveel verstrekte bedrag plaats.