Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Subsidieverordening monumenten gemeente Maasdriel 2011

1.. Deze verordening verstaat onder: Gemeentelijke monumenten: onroerende en roerende zaken die zijn opgenomen in het monumentenregister van de gemeente Maasdriel zoals bedoeld in de "Monumentenverordening". Rijksmonumenten: monumenten welke zijn opgenomen in het monumentenregister zoals bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988. Stads- en straatbeeldbepalende elementen van bijzondere waarde: gevelelementen aan panden, voorgevels, tuinmuren - inclusief eventuele beplanting - en stoepen die gelegen zijn aan de openbare weg, dan wel andere al dan niet daarbij behorende elementen welke naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdragen aan het stads- of dorpsschoon in de historische kernen van de gemeente Maasdriel. Monumentencommissie: de op basis van artikel 15, lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Monumentenverordening en het monumentenbeleid. Onderhoud: werkzaamheden noodzakelijk om een monument in goede staat te houden of als zodanig in stand te houden of toekomstig onderhoud en kostbare restauraties te voorkomen of te verminderen. Restauratie: werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van een monument en die het onderhoud, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub e, te boven gaan. Vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel. Eigenaar: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom heeft op een rijks- of gemeentelijk monument of een stads- en straatbeeldbepalend element van bijzondere waarde. Fiscaal relevante eigenaar: Eigenaar van een monument die recht heeft op fiscale aftrek van onderhoudskosten rijksmonumenten, bedoeld in artikel 6.31 Wet op de inkomstenbelasting 2001. Bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument. Historisch interieur: binnenruimte van bijzondere waarde. 2.. In deze verordening wordt onder eigenaar mede verstaan: degene die het recht van opstal heeft; de houder van een recht van opstal; de toekomstige eigenaar, erfpachter of houder van een recht van opstal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel