Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 26.

Overgangsrecht

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Drimmelen 2017

1.. Voor kabels en leidingen in de zin van hoofdstuk 2 van deze verordening, die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig én in gebruik zijn, geldt de schriftelijke toestemming/instemming dan wel vergunning op basis waarvan zij destijds aangebracht en gelegd zijn, als een vergunning als bedoeld in artikel 5 van deze verordening. 2.. Het bepaalde in deze verordening is vanaf het moment van inwerkingtreding hiervan van toepassing op kabels en leidingen in de zin van hoofdstuk 2 van deze verordening die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig en in gebruik zijn. Bepalingen in een publiekrechtelijke toestemming/instemming dan wel vergunning die afwijken van het bepaalde in deze verordening vervallen op het moment van inwerkingtreding van deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel