Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Ten onrechte verleende bijstand

Onderdeel van Beleidsregels terugvordering Wet Werk en Bijstand

Burgemeester en wethouders vorderen bijstand terug van de belanghebbende voorzover deze bijstand: ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; in de vorm van een geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen; voortvloeit uit gestelde borgtocht; ingevolge artikel 52 WWB bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat; anderszins onverschuldigd is betaald en de belanghebbende dit redelijkerwijs kon begrijpen, waaronder begrepen dat: 1. de belanghebbende met betrekking tot de periode waarover bijstand is verleend, over in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in artikel 31 WWB beschikt of kan beschikken; 2. bijstand is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door de belanghebbende vergoedingen of tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die bestemming.

Rechtspraak bij dit artikel