Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Ioaw, de Ioaz en de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb).
In deze verordening wordt verstaan onder:
de P-wet: de Participatiewet;
de Awb: de Algemene wet bestuursrecht;
de Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
de Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
de wet SUWI: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
de jongere: belanghebbende jonger dan 27 jaar;
de uitkeringsnorm:
toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 sub c van de P-wet, inclusief:
gemeentelijke verlaging in verband met lage woonlasten;
de bijzondere bijstand die wordt verleend met toepassing van artikel 12 van de P-wet;
de vakantietoeslag;
de grondslag als bedoeld in artikel 5 op grond van de Ioaw en de Ioaz, inclusief vakantietoeslag;
de uitkering: uitkering op grond van de P-wet, Ioaw en Ioaz;
tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening van het bestaan: het verrichten van handelingen door belanghebbende dan wel het nalaten daarvan waardoor eerder een beroep op de P-wet wordt gedaan dan wel de bijstandverlening langer voortduurt.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.