Naar hoofdinhoud
1.. De uitkering wordt verlaagd met ingang van de datum van toekenning van de uitkering als het gaat om een nieuwe aanvraag en bij een lopende uitkering met ingang van de eerste van de kalendermaand waarover nog geen betaling heeft plaats gevonden. 2.. Het besluit waarmee de uitkering wordt verlaagd moet tenminste een week voor de datum waarop gebruikelijk betaald wordt, verzonden zijn. 3.. In afwijking van lid 1 kan de uitkering worden verlaagd met ingang van een datum in de toekomst, wanneer dit de effectiviteit van de verlaging ten goede komt. 4.. De uitkering wordt verlaagd: voor de duur van één maand wanneer een verplichting voor de eerste keer niet wordt nagekomen; voor de duur van twee maanden wanneer er binnen een 12 maanden voor de tweede keer sprake is van het niet nakomen van een verplichting die valt onder de 4e categorie; met een verdubbeling van het percentage wanneer er binnen een 12 maanden voor de tweede keer sprake is van het niet nakomen van een verplichting die valt onder de 1e, 2e en 3e categorie. De verdubbeling geldt alleen als het de tweede keer een verplichting uit dezelfde of hogere categorie betreft. 5.. Het bedrag van de verlaging voor de niet geüniformeerde verplichtingen wordt toegepast over de maand van oplegging en kan over ten hoogste de twee daarop volgende maanden worden verrekend als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. 6.. In geval een belanghebbende zich herhaaldelijk - meer dan twee keer binnen 12 maanden - schuldig maakt aan verwijtbare gedragingen, wordt de duur of de hoogte van de verlaging bij wijze van individualisering aangepast.

Rechtspraak bij dit artikel