Het college verstaat onder ‘langdurig een laag inkomen’ als bedoeld in artikel 36 lid 1 van de wet een inkomen dat gedurende de referteperiode niet boven de volgende bedragen uitgaat:
Per januari 2016:
alleenstaanden € 1.102
alleenstaande ouders € 1.415
echtparen/samenwonenden € 1.571
Per januari 2017
alleenstaanden € 1.112
alleenstaande ouders € 1.428
echtparen/samenwonenden € 1.586
En de bedragen per januari 2018 jaarlijks te indexeren overeenkomstig de CPB prijsindex. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.
Hoofdstuk
Artikel 3
Langdurig een laag inkomen
Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag