Naar hoofdinhoud
1.. Aan het slot van elke commissievergadering wordt een rondvraag geagendeerd; 2.. Elk lid heeft het recht om bij de rondvraag één of meer mondelinge vragen aan de burgemeester of aan het college te stellen over een onderwerp van zodanige actualiteit, dat het stellen van schriftelijke vragen minder doelmatig is; 3.. De vragen dienen kort en duidelijk geformuleerd aan de voorzitter gericht te worden en betrekking te hebben op de onderwerpen als bedoeld in artikel 55 lid 2a, b en c van de betreffende commissie; 4.. De burgemeester of de wethouder die het aangaat, beantwoordt deze vragen zo mogelijk terstond. Indien dit niet mogelijk is worden, indien dit door de burgemeester of de wethouder is toegezegd, de vragen op de controlelijst geplaatst en in een later stadium beantwoord. Indien vragen betrekking hebben op een onderwerp dat in de eerstvolgende raadsvergadering aan de orde komt, wordt getracht beantwoording vóór deze raadsvergadering te laten plaatsvinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel