In aansluiting op artikel 2 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over het begrip 'woonplaats' en de vertaalbepaling van de Waterschaps- en Gemeentewet.
2.1.Woonplaats
De begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' hebben bij de uitvoering van de wet niet steeds dezelfde inhoud.
Als het gaat om de betekening van stukken of om andere handelingen overeenkomstig het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, sluit de ontvanger aan bij het begrip 'woonplaats' als bedoeld in de artikelen 1:10 en volgende van het BW.
Bij de aansprakelijkheidsbepalingen van Afdeling 1 van Hoofdstuk VI van de wet ligt het voor de hand om aan te sluiten bij de begrippen 'woonplaats' en 'plaats van vestiging' die gelden voor de heffingswet op grond waarvan de belastingschuld - waarvoor de aansprakelijkheid bestaat - is ontstaan.
2.2.Vertaalbepaling Waterschaps- en Gemeentewet
In artikel 123 lid 2 van de Waterschapswet en in artikel 231, lid 1 van de Gemeentewet is de Invorderingswet 1990 van toepassing verklaard op de invordering van waterschaps- en gemeentelijke belastingen. Tegelijkertijd zijn in artikel 138 Waterschapswet en in artikel 249 van de Gemeentewet enkele artikelen uit Invorderingswet 1990 genoemd die buiten toepassing blijven.
In de artikelen 123 en 124 Waterschapswet en de artikelen 231 en 232 Gemeentewet is tevens bepaald aan welke colleges/db of functionarissen van de gemeente Leeuwarden de in de Invorderingwet 1990 genoemde bevoegdheden toekomen. Het gaat daarbij om een vertaling van de functionarissen die in artikel 2 van de Invorderingswet 1990 worden genoemd naar colleges/db en functionarissen van de gemeente .