Artikel 7a van de wet regelt de wijze waarop de ontvanger bedragen uitbetaalt. Uitbetaling vindt primair plaats door bijschrijving op een daartoe door de belastingschuldige aangewezen rekening bestemd voor girale betaling. Het maakt daarbij niet uit of bedoelde rekening op naam staat van de belastingschuldige of van een andere persoon.
In gevallen waarbij deze aanwijzing door de belastingschuldige niet heeft plaatsgevonden, kan uitbetaling van het uit te betalen bedrag plaatsvinden door middel van bijschrijving op een rekening bestemd voor girale betaling, die op naam staat van de belastingschuldige.
In aansluiting op artikel 4:89 van de Awb en artikel 7a van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
- de aanwijzing van het rekeningnummer voor uitbetaling;
- uitbetalingsfouten.
7a.1.Aanwijzen bankrekeningnummer voor uitbetaling
De aanwijzing door de belastingschuldige vindt in beginsel plaats bij de aangifte of het verzoek in verband waarmee het desbetreffende uit te betalen bedrag wordt vastgesteld. Als de belastingschuldige niet reageert op het schriftelijk ter verificatie aanbieden van het bij de gemeente bekende bankrekeningnummer door de gemeente , geldt dit ook als aanwijzing.
Als de belastingschuldige bij een volgende gelegenheid met betrekking tot hetzelfde belastingmiddel en hetzelfde soort uit te betalen bedrag een ander bankrekeningnummer aanwijst, dan wordt laatstbedoelde bankrekeningnummer geacht ook te zijn aangewezen voor het doen van uitbetalingen voortvloeiend uit eerdere aangiften of verzoeken.
Aanwijzing moet voor het overige per uitbetaling schriftelijk plaatsvinden en wel op een zodanig tijdstip, dat daarmee redelijkerwijze bij de uitbetaling rekening kan worden gehouden.
7a.2.
N.v.t. voor de gemeente Leeuwarden.
7a.3.Uitbetalingsfouten
Als uitbetaling van een uit te betalen bedrag plaatsvindt op een andere rekening van de belastingschuldige dan die daarvoor door hem is aangewezen, dan moet de ontvanger in beginsel opnieuw uitbetalen. De ontvanger verbindt daaraan de voorwaarde dat het eerder betaalde bedrag eerst wordt gerestitueerd.
In afwijking van de vorige volzin vindt de hernieuwde uitbetaling direct plaats als de belastingschuldige aantoont dat:
- hij tijdig vóór de uitbetaling bij de ontvanger heeft aangegeven dat de uitbetaling niet meer op de desbetreffende rekening moet geschieden, en
- hij niet over het uitbetaalde bedrag kan beschikken omdat de bankinstelling heeft aangegeven dat de rekening waarop de uitbetaling heeft plaatsvonden, geblokkeerd is.
Indien en voor zover aan de daartoe gestelde (wettelijke) voorwaarden wordt voldaan, zal de ontvanger het aldus teveel betaalde bedrag vervolgens terugvorderen uit ongerechtvaardigde verrijking.
Uitbetalingsfouten die het gevolg zijn van een onjuiste aanwijzing door de belastingschuldige, blijven voor diens rekening. De ontvanger beroept zich in dat geval op het bevrijdende karakter van de (uit)betaling (artikel 6:34 BW). Desgevraagd wordt de belastingschuldige op de hoogte gesteld omtrent de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van de derde aan wie onverschuldigd is betaald.
Artikel 7b Cessie- en verpandingsverbod uitbetalingen inkomstenbelasting
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.