Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.10.

Gesloten verharding

Onderdeel van Nadere regels kabels en leidingen gemeente Leidschendam – Voorburg

1.. Werkzaamheden aan kabels en leidingen onder gesloten verharding worden uitgevoerd met behulp van een sleufloze techniek. 2.. Bij gebruik van een mantelbuis moet de mantelbuis minimaal 0,50 m buiten de fundering van de gesloten verharding uitsteken. De ruimten tussen de mantelbuis en kabel of leiding moeten aan de uiteinden volledig worden afgedicht volgens conform de daarvoor geldende normen. 3.. Wanneer een sleufloze techniek niet mogelijk is, kan het college besluiten dat de gesloten verharding gedeeltelijk verwijderd mag worden. 4.. Bij ingraving wordt, na verdichting van de sleuf en herstel van de funderingslaag de sleuf tijdelijk dicht geblokt met betonklinkers. De betonklinkers dienen te worden gelegd met de vlakke kant boven. Er mogen alleen hele betonklinkers verwerkt worden. De bovenzijde van de stenen dient met een overhoogte middels een ‘katterug’- profiel gelijk te zijn met de omliggende verharding.

Rechtspraak bij dit artikel