Naar hoofdinhoud
•. Het college relateert de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a van de wet aan de mate van verwijtbaarheid. •. De hoogte van de boete wordt als volgt vastgesteld: 100% van het benadelingsbedrag als sprake is van opzet; 75% van het benadelingsbedrag bij grove schuld; 50% van het benadelingsbedrag als er geen sprake is van opzet of grove schuld; 25% van het benadelingsbedrag als er anderszins sprake is van verminderde verwijtbaarheid. •. De minimale boete wordt aan de hand van de in het tweede lid genoemde percentages vastgesteld op: € 150,00 als er sprake is van opzet; € 110,00 bij grove schuld; € 75,00 als geen sprake is van opzet of grove schuld; € 40,00 als er anderszins sprake is van verminderde verwijtbaarheid. •. Het college stelt de boete niet hoger vast dan de maximale geldboete die de rechter op grond van artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht kan opleggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel