Naar hoofdinhoud
1. De inkomstenvrijlatingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder n, van de wet, artikel 8, tweede lid van de IOAW en artikel 8 derde lid van de IOAZ worden in alle gevallen geacht bij te dragen aan inschakeling in de arbeid. 2. De inkomstenvrijlatingen als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder r, van de wet, artikel 8, vijfde lid, van de IOAW en artikel 8, negende lid, van de IOAZ worden in alle gevallen geacht bij te dragen aan inschakeling in de arbeid. 3. In afwijking van de voorgaande leden wordt geen inkomstenvrijlating toegepast wanneer de inkomsten in strijd met de inlichtingenplicht niet of niet tijdig zijn gemeld aan het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel