Ten aanzien van de begraafplaats aan de Noord IJsseldijk geldt inzake de afmetingen van gedenktekens het volgende:
particuliere graven: de rechthebbenden van particuliere graven, niet zijnde particuliere urnengraven en niet zijnde particuliere keldergraven, zijn in principe vrij de ruimte binnen de afmetingen van het graf, te weten 2.00 x 1.30 m te benutten, met dien verstande, dat aan beide lengtezijden van het graf een strook van 25 cm vrij dient te worden gehouden en aan de achterzijde van het graf een strook van 20 cm vrij dient te worden gehouden, een en ander overeenkomstig de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening. De vrij te houden stroken worden door de gemeente onderhouden. Het gedenkteken mag niet breder dan 80 cm en niet dikker dan 25 cm zijn, terwijl de totale hoogte van het staande gedenkteken maximaal 1.50 m boven maaiveld mag bedragen. Het gedenkteken moet zodanig worden geplaatst, dat aan beide lengtezijden van het graf een strook van 25 cm vrij dient te worden gehouden en aan de achterzijde van het graf een vrije ruimte van 20 cm overblijft, een en ander zoals aangegeven op de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening. Betreft het een staand gedenkteken, dan dient het gedenkteken zoveel mogelijk tegen de vrije ruimte van 20 cm aan de achterzijde van het graf te worden geplaatst, een en ander zoals aangegeven op de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening. (Schuin) liggende gedenktekens, inclusief bijvoorbeeld de betonfundatie, voet-plaat, roef en/of afdekplaat c.q. zerk, doch exclusief kettingen en hekwerken, mogen op het hoogste punt niet hoger zijn dan 35 cm boven maaiveld. Kettingen en hekwerken dienen vrij te zijn van scherpe en uitstekende delen en mogen maximaal 0.50 m boven het maaiveld uitsteken.
particuliere urnengraven: De lengte en breedte van het gedenkteken dient maximaal 40 cm te zijn. De hoogte mag maximaal 40 cm bedragen. Het liggende of staande gedenkteken moet worden geplaatst overeenkomstig de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening.
particuliere keldergraven: de rechthebbenden van particuliere keldergraven, zijn in principe vrij de ruimte binnen de afmetingen van het graf, te weten 2.60 x 1.30 m te benutten, een en ander overeenkomstig de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening. Het gedenkteken mag niet breder dan 110 cm en niet dikker dan 25 cm zijn, terwijl de totale hoogte van het staande gedenkteken maximaal 1.50 m boven maaiveld mag bedragen.
(Schuin) liggende gedenktekens, inclusief bijvoorbeeld de betonfundatie, voetplaat, roef en/of afdekplaat c.q. zerk, doch exclusief kettingen en hekwerken, mogen op het hoogste punt niet hoger zijn dan 40 cm boven maaiveld. Kettingen en hekwerken dienen vrij te zijn van scherpe en uitstekende delen en mogen maximaal 0.50 m boven het maaiveld uitsteken.
algemene graven: degenen die op aanvraag op een algemeen graf zijn aangewezen voor de directe begraving van een lijk zijn in principe vrij de helft van de oppervlakte van het algemene graf te benutten, te weten 1.00 x 1.30 meter, waarbij de eerste aanvrager van een grafbedekking het bovenste deel van het graf krijgt toegewezen en de tweede aanvrager het onderste deel van het graf, met dien verstande, dat aan beide lengtezijden een strook van 25 cm vrij dient te worden gehouden en dat aan de achterzijde van het graf (bovenste deel) een strook van 20 cm vrij dient te worden gehouden, een en ander zoals aangegeven op de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening. De vrij te houden stroken worden door de gemeente onderhouden. Het gedenkteken mag niet breder dan 80 cm en niet dikker dan 25 cm zijn, terwijl de totale hoogte van het staande gedenkteken maximaal 1.50 m boven maaiveld mag bedragen. Het gedenkteken moet zodanig worden geplaatst, dat aan weerszijden van het graf een vrije ruimte van 25 cm overblijft en aan de achterzijde van het graf (bovenste deel) een vrije ruimte van 20 cm overblijft, een en ander zoals aangegeven op de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening. De vrij te houden stroken worden door de gemeente onderhouden. Betreft het een staand gedenkteken, dan dient het gedenkteken te worden geplaatst zoals aangegeven op de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening. In afwijking van het vorenstaande mogen echter de staande gedenkte-kens op het onderste deel van het algemene graf niet hoger zijn dan de helft van de hoogte van de gedenktekens op het bovenste deel van het graf.
(Schuin) liggende gedenktekens, inclusief bijvoorbeeld de betonfundatie, voetplaat, roef en/of afdekplaat c.q. zerk, doch exclusief kettingen en hekwerken, mogen op het hoogste punt niet hoger zijn dan 35 cm boven maaiveld. Kettingen en hekwerken dienen vrij te zijn van scherpe en uitstekende delen en mogen maximaal 0.50 m boven het maaiveld uitsteken.
Kindergraven: de rechthebbenden van kindergraven zijn in principe vrij de ruimte binnen de afmetingen van het graf, te weten 1.40 x 0.60 m, te benutten. Indien de afmetingen van de kist de afmetingen van het graf overschrijden, wordt er een locatie aangewezen op het algemene gedeelte van de begraafplaats. Het gedenkteken mag niet breder dan 60 cm en niet dikker dan 25 cm zijn, terwijl de totale hoogte van het staande gedenkteken maximaal 1.40 m boven maaiveld mag bedragen. Het gedenkteken moet zodanig worden geplaatst, dat aan weerszijden van het graf een vrije ruimte van 25 cm overblijft en aan de achterzijde van het graf een vrije ruimte van 20 cm overblijft, een en ander zoals aangegeven op de bij deze nadere regels behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening. De vrij te houden stroken worden door de gemeente onderhouden.
Artikel 8
Afmetingen gedenktekens op de begraafplaats De Hoge Akker aan de Noord IJsseldijk
Onderdeel van Regels voor Grafbedekkingen 2017, 1e wijziging