Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 3.

Artikel 23.

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE GEMEENTERAAD 2017

1.. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Wanneer geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast, dat dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2.. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening op de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben voor- of tegengestemd. In de besluitenlijst wordt aangetekend wie zich op grond van stemming heeft onthouden volgens de wet of wie de raad verlaten heeft tijdens de stemming, dan wel op onderdelen zich van stemming onthoudt. 3.. Wanneer door één of meer leden stemming wordt gevraagd doet de voorzitter daarvan mededeling. 4.. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet volgens de Gemeentewet (art.28) moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 5.. De leden brengen hun stem uit door het opsteken van een hand. 6.. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen tot dat het volgende lid stemt. 7.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Rechtspraak bij dit artikel