In deze afdeling wordt verstaan onder:
houtopstand: hakhout, een houtwal of één of meer bomen;
boom: een houtachtig, overblijvend gewas, dat één- of meerstammig kan zijn. Bij meerstammigheid vertakken de stammen zich bovengronds;
hakhout: een of meer bomen die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen;
vellen: kappen of rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel bovengronds als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging van houtopstand ten gevolge kunnen hebben;
dunnen: vellen, dat uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd;
knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout als periodiek noodzakelijk onderhoud;
kandelaberen: een boom geheel ontdoen van zijn takken, doorgaans op takstompen na;
bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet;
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism) C. Moreau);
iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus, Scolytus (F) en Scholytus multistratus (Marsh) en Scolytus pygmaeus;
particulier: een persoon welke niet handelt in uitoefening van een bedrijf of beroep.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:10
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn (APV)