Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
zorgt voor overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak;
in strijd is met de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of bescherming van het milieu.
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
terrassen als bedoeld in artikel 2:27;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden openbaard;
reclame-uitingen zoals geregeld in artikel 4:15.
Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van het plaatsen van voorwerpen of stoffen waarvoor het verbod in het eerste lid niet geldt.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken , artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening.
De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2
Artikel 2:10
Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg in strijd met de publieke functie ervan
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn (APV Hoorn)