Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 3

Artikel 4:11

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn (APV Hoorn)

Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstand te (doen) vellen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden, niet zijnde bomen die door het bevoegd gezag zijn aangewezen als beschermd monument, binnen de bebouwde kom voor zover het gaat om: populieren en wilgen als wegbeplanting en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot; fruitbomen en houtopstanden die fungeren als windschermen om boomgaarden; houtopstand, die bij wijze van dunning moet worden geveld; het knotten en kandelaberen als onderhoudsmaatregel bij daartoe bestemde bomen; houtopstand, die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 4:12; houtopstand dat besmet is met een besmettelijke boomziekte die de dood van de houtopstand tot gevolg heeft; houtopstand(en) in een bij een woning behorende tuin van maximaal 500m² waarop de bestemming wonen/woondoeleinden rust zoals bedoeld in het vigerende bestemmingsplan, tenzij de boom in kwestie is geplant ingevolge de herplantplicht; dode houtopstanden. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden waarvan als gevolg van een onherroepelijke uitspraak van de burgerlijke rechter of van een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen de buren die het aangaat, duidelijk is dat de houtopstand aanwezig is in strijd met het bepaalde in artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek. Het verbod is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder voorschriften.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel