Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5 › AFDELING 4

Artikel 5:17

Standplaatsvergunning, intrekking en weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Nissewaard 2016

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2.. Het college kan nadere regels stellen omtrent dit onderwerp. 3.. Een aanvraag om een vergunning wordt gesteld op een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 4.. Een standplaats voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen kan slechts worden ingenomen op een door het college aangewezen locatie. 5.. In aanvulling op artikel 1:4 kan het college voorschriften en beperkingen aan de vergunning verbinden als dat om redelijke eisen van welstand wenselijk is. 6.. In afwijking van artikel 1:6, aanhef en onder d, wordt de vergunning ingetrokken indien daarvan gedurende twee maanden geen gebruik wordt gemaakt. 7.. Onverminderd artikel 1:7 wordt een standplaatsvergunning verleend voor minimaal een kalenderdag. De vergunning wordt beperkt: voor de verkoop van haring, tot een periode van twaalf weken, te rekenen vanaf de dag waarop landelijk het haringseizoen begint; voor de verkoop van oliebollen, tot de periode van 1 oktober tot en met 31 december; voor de verkoop van kerstbomen, tot de periode van 6 december tot en met 24 december; voor de verkoop van koek en zopie, tot de periode waarin kan worden geschaatst in de directe nabijheid van de standplaats. 8.. Het college weigert de vergunning: wegens strijd met een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; indien voor de betreffende locatie of dag al een vergunning is verleend. 9.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan het college de vergunning weigeren: indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt. 10.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel