Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 10.

Instandhoudingsbepaling

Onderdeel van Monumentenverordening Almere 2016

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: a.. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of te wijzigen, of b.. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op: a.. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of b.. inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is. of c.. onderdelen en activiteiten die specifiek als zodanig zijn benoemd zijn in het aanwijzingsbesluit gemeentelijk monument als bedoeld onder artikel 1, sub b, d.. voor monumenten die als begraafplaats in gebruik zijn met inachtneming van de culturele waarden: 1.. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2.. doen van begravingen of asbijzettingen; 3.. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als cultureel erfgoed. 3.. Het college verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel