Naar hoofdinhoud
Een commissie vergadert in de regel één maal per zes weken. Een commissie vergadert zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt, of als het door tenminste twee leden schriftelijk en met opgave van redenen wordt gevraagd, in welk geval de vergadering binnen veertien dagen zal worden gehouden. Indien de voorzitter van een commissie van oordeel is, dat de te behandelen punten van dien aard zijn, dat het houden van een vergadering niet nodig is, deelt hij dit aan de leden van de betreffende commissie mee en verzoekt hen tevens om schriftelijk of mondeling via de griffier hun mening over de voorstellen kenbaar te maken. Indien tenminste twee leden van mening zijn, dat over deze voorstellen wel een vergadering moet plaatsvinden, wordt deze alsnog door de voorzitter uitgeschreven. De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. De voorzitter is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen. Van het houden van een vergadering wordt, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste één week tevoren aan de leden kennis gegeven, zoveel mogelijk onder opgaaf van de te behandelen punten en onder toezending van de daarbij behorende voorstellen. Voorts worden dag en aanvangstijdstip van openbare vergaderingen en indien mogelijk de te behandelen agendapunten ter openbare kennis gebracht. Ieder lid tekent vóór de aanvang van de commissievergadering de presentielijst.

Rechtspraak bij dit artikel