1.Voor openstaande vorderingen betreffende:
onroerende zaakbelasting gebruikers;
onroerende zaakbelasting eigenaren;
precariobelasting;
rioolrechten;
en afvalstoffenheffing,
wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van beoordeling van de ouderdom van de openstaande vorderingen.
Bij specifieke kennis wordt een individuele beoordeling meegewogen.
2.Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.