**1..** Een maatregel wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand.
**2..** De maatregel wordt vastgesteld op:
20 procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij een periode korter dan drie maanden;
20 procent van de uitkeringsnorm gedurende twee maanden bij een periode van drie tot zes maanden;
20 procent van de uitkeringsnorm gedurende drie maanden bij een periode van zes maanden of langer.
**3..** In afwijking van het eerste en tweede lid legt het college, indien de noodzaak voor het verlenen van bijzondere bijstand is veroorzaakt door tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening in het bestaan, een maatregel op die gelijk is aan de noodzakelijke kosten.
**4..** Eveneens in afwijking van het eerste en tweede lid legt het college een maatregel op van 100 procent gedurende drie maanden indien de belanghebbende feitelijk geen beroep kan doen op een passende en toereikende voorliggende voorziening omdat deze wordt verrekend met een bestuurlijke boete wegens het herhaald schenden van de inlichtingenplicht.
Hoofdstuk 4.
Artikel 10.