**1..** Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een maatregel is opgelegd vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 6, onder c, artikel 7, onder c, artikel 10, vierde lid, artikel 11, derde lid of artikel 12, onder d, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke maatregel verdubbeld.
**2..** Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een maatregel is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikel 6, onder a en b, artikel 7, onder a en b, artikel 10, tweede lid, artikel 11, eerste en tweede lid, of artikel 12, onder a, b en c, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke maatregel verdubbeld.
**3..** Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een maatregel is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, bedraagt de maatregel honderd procent van de uitkeringsnorm gedurende drie maanden.
**4..** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ‘een besluit waarmee een maatregel is opgelegd’ tevens verstaan een besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen conform artikel 3, tweede lid.
Hoofdstuk 5.
Artikel 15.