De maatregel bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 6 en 7 wordt vastgesteld op:
10 procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
25 procent van de uitkeringsnorm gedurende en maand bij gedragingen van de tweede categorie van artikel 6 onder 3 en 4 en de tweede categorie van artikel 7 onder 1 tot en met 4;
50 procent van de uitkeringsnorm gedurende en maand bij gedragingen van de tweede categorie van artikel 6 onder 1 en 2;
100 procent van de uitkeringsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
Hoofdstuk 2.
Artikel 8.