Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een proefplaatsing toestaan ten aanzien van personen die tot de doelgroep behoren op grond van artikel 7, eerste lid, onder a, 1°, 5° en 6°, van de wet. Tijdens een proefplaatsing verricht de werknemer arbeid met behoud van uitkering. 2.. Een proefplaatsing kan worden toegestaan bij een dienstverband van tenminste zes maanden. 3.. De duur van een proefplaatsing wordt schriftelijk vastgelegd en is ten hoogste drie maanden. 4.. Een proefplaatsing is gericht op het in de arbeidssituatie ontwikkelen van vaardigheden die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden binnen het dienstverband. 5.. Tijdens een proefplaatsing is artikel 661 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel