Naar hoofdinhoud
1.. Het college verleent een woonkostentoeslag, indien belanghebbende een woning bewoont, waarvan de hoogte van de woonkosten gelet op artikel 13 van de WHT geen belemmering vormt voor toekenning van de huurtoeslag, maar de belanghebbende door omstandigheden buiten zijn schuld deze toeslag niet ontvangt. Deze woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende gelet op zijn financiële situatie op grond van de WHT zou ontvangen. 2.. Het college verleent een woonkostentoeslag, indien belanghebbende een woning huurt waarvan de hoogte van de woonkosten op grond van artikel 13 van de WHT een belemmering vormt voor toekenning van huurtoeslag, of indien hij een eigen woning bewoont. Deze woonkostentoeslag is gelijk aan het bedrag van de huurtoeslag die belanghebbende gelet op zijn financiële situatie op grond van de WHT voor de woonkosten per maand zou ontvangen, maar bedraagt niet meer dan de maximale huurtoeslag. 3.. Het college verleent de woonkostentoeslag zoals bedoeld in lid 2 voor een huurwoning voor een periode van maximaal zes maanden en legt daarbij de verplichting op dat belanghebbende op zoek gaat naar een huurwoning waarvoor hij aanspraak heeft op huurtoeslag op grond van de WHT. Het college kan deze periode verlengen indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel