Het college verleent bijzondere bijstand voor kosten van vervoer voor:
het bezoeken van een gedetineerde in Nederland door de partner of een bloedverwant in de eerste- of tweede graad voor maximaal 2 bezoeken per maand en voor maximaal 2 personen;
het bezoeken van een partner, of een eerste- of tweedegraads bloedverwant die buiten Nijmegen is opgenomen in een ziekenhuis of verpleeginrichting, voor maximaal 1 bezoek per week en voor maximaal 2 personen;
het bezoeken van een kind dat op grond van de Jeugdwet buiten Nijmegen uit huis is geplaatst, voor maximaal 1 bezoek per week en voor maximaal 2 personen. In dat geval komen ook de kosten van extra bezoeken in verband met gesprekken op de instelling, waar het kind verblijft, voor bijstand in aanmerking;
een ten laste komend kind dat voortgezet onderwijs volgt buiten Nijmegen en het onderwijs buiten Nijmegen naar het oordeel van het college noodzakelijk is. Daarbij geldt dat:
bijzondere bijstand voor reiskosten niet wordt verleend indien de afstand tussen woonadres en adres opleiding minder is dan 12,5 kilometer enkele reis;
65 kilometer enkele reisafstand de maximale reisafstand is waarvoor vergoeding wordt verstrekt;
de bijzondere bijstand wordt verleend over maximaal 10 maanden per schooljaar, zijnde de maanden september tot en met juni.
Hoofdstuk 4
Artikel 19
Vervoerskosten
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid gemeente Mook en Middelaar 2017