Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt jaarlijks voor 1 december de maximum uurprijs per (VVE-)peuterplaats vast, als grens voor de vast te stellen subsidie. 2.. Het college stelt jaarlijks voor 1 december de VVE-vergoeding vast. 3.. Het college stelt jaarlijks voor 1 december de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vast. Deze is gebaseerd op de tabel van de kinderopvangtoeslag. 4.. De grondslag voor het subsidie is het werkelijk aantal peuters en het werkelijk aantal uren dat gebruik wordt gemaakt van de peuterspeelzaal. 5.. Het college subsidieert het door de houder werkelijk gehanteerde uurtarief. Als het gehanteerde uurtarief hoger is dan het vastgestelde maximum uurtarief, dan wordt het maximum uurtarief gehanteerd. 6.. Het college subsidieert de volgende activiteiten: aanbieders die tot 1 augustus 2020 werken met een aanbod van dagdelen van 3 uur: per bezette (reguliere) peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: 6 uren per week (40 weken per jaar) minus de geldende ouderbijdrage; per bezette VE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: 12 uren per week (40 weken per jaar) minus de geldende ouderbijdrage over het aanbod van 6 uur per week; per bezette VE-peuterplaats voor ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag: 6 aanvullende uren per week (40 weken per jaar); aantal uren per week gemeentesubsidie o.b.v. 40 weken ouders geen recht op kinderopvangtoeslag ouders met recht op kinderopvangtoeslag reguliere peuterplaats 6 uur minus ouderbijdrage obv 6 uur - VE-peuterplaats 12 uur minus ouderbijdrage obv 6 uur 6 uur (naast het basisaanbod van 6 uur met kinderopvangtoeslag) aanbieders die vanaf 1 januari 2020 werken met een aanbod van dagdelen langer dan 3 uur: per bezette (reguliere) peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: maximaal 8 uren per week (40 weken per jaar) minus de geldende ouderbijdrage; per bezette VE-peuterplaats voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: minimaal 16 en maximaal 16,5 uren per week (40 weken per jaar) minus de geldende ouderbijdrage over het aanbod van 8 uur per week; per bezette VE-peuterplaats voor ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag: minimaal 8 en maximaal 8,5 aanvullende uren per week (40 weken per jaar); aantal uren per week gemeentesubsidie o.b.v. 40 weken ouders geen recht op kinderopvangtoeslag ouders met recht op kinderopvangtoeslag reguliere peuterplaats maximaal 8 uur minus ouderbijdrage obv werkelijk afgenomen uren - VE-peuterplaats 16 – 16,5 uur minus ouderbijdrage obv 8 uur per week 8 – 8,5 uur (naast het basisaanbod van tenminste 8 uur met kinderopvangtoeslag) 7.. Naast de in het vorige lid genoemde subsidiebedragen stelt het college een VVE-vergoeding beschikbaar. Deze vergoeding wordt verstrekt voor peuters die een VVE-peuterplaats bezetten, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Indien een doelgroeppeuter de VVE-plaats niet het gehele jaar bezet, wordt de toeslag naar rato verstrekt. 8.. Houders innen zelf de ouderbijdragen en zijn verantwoordelijk voor het bijbehorende risico van niet-betalers.

Rechtspraak bij dit artikel