Naar hoofdinhoud
1.. Uiterlijk op 1 april voorafgaand aan het begrotingsjaar doet de uitvoerende gemeente de deelnemende gemeenten een conceptbegroting met toelichting toekomen en een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2.. De jaarrekening wordt door de uitvoerende gemeente jaarlijks voor 1 april na afloop van het kalenderjaar opgesteld. 3.. Jaarlijks voor 1 mei wordt door het gemeenschappelijk orgaan de conceptbegroting en financiële verantwoording besproken. Deze begroting heeft slechts tot doel de financiële verplichtingen van de deelnemers vast te stellen. 4.. Het gemeenschappelijk orgaan zendt de ontwerpbegroting zes weken voordat zij door het gemeenschappelijk orgaan wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 5.. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 6.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het gemeenschappelijk orgaan hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het gemeenschappelijk orgaan voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, 7.. Nadat deze is vastgesteld, zendt het gemeenschappelijk orgaan, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen 8.. Het gemeenschappelijk orgaan zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 9.. Het gemeenschappelijk orgaan stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 10.. Het gemeenschappelijk orgaan zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten 11.. Betaling van de gemeentelijke bijdrage aan de uitvoerende gemeente geschiedt bij wijze van voorschot per kalenderkwartaal op basis van de begrote bijdragen zoals in de goedgekeurde begroting door de deelnemende gemeente schriftelijk aan de uitvoerende gemeente is medegedeeld. 12.. Wijzigingen in de begroting worden na instemming van de deelnemende gemeenten doorgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel