Naar hoofdinhoud
1.. Een gemeente kan uittreden door toezending aan het gemeenschappelijk orgaan van daartoe strekkende besluiten van het college van burgemeester en wethouders. 2.. De uittreding vindt, behoudens een door het gemeenschappelijk orgaan geaccepteerde afwijking, plaats op 1 augustus van het tweede jaar, volgend op dat waarin het besluit tot uittreding in de Staatscourant is bekend gemaakt. 3.. Bij uittreding geldt als uitgangspunt dat frictie- en desintegratiekosten, waaronder in ieder geval maar niet beperkt tot ww-verplichtingen, die aan de uittredende gemeente kunnen worden toegerekend, ten laste komen van deze uittredende gemeente. 4. . De hoogte van de uittredingskosten wordt door het gemeenschappelijk orgaan vastgesteld en bij beschikking bekend gemaakt aan de gemeente met het verzoek tot uittreding. 5. . Het gemeenschappelijk orgaan doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden.

Rechtspraak bij dit artikel