Naar hoofdinhoud
1.. De leden van de bestuurscommissie worden benoemd door burgemeester en wethouders, op voordracht van de commissie. 2.. Het bestuurscommissielid, zijnde de voorzitter (alsmede zijn plaatsvervanger bij langdurige afwezigheid), die lid is van het college van burgemeester en wethouders, wordt benoemd voor een tijdvak samenvallend met de zittingsperiode van de raad. 3.. De overige bestuurscommissieleden worden benoemd voor een periode van vier jaar. De voordracht geschiedt aan de hand van een daartoe opgestelde profielschets met in achtneming van het bepaalde in artikel 11, lid 1, sub b.Via een op te stellen rooster van aftreden, treden om de 4 jaar 3 bestuursleden af. Zij zijn na hun aftreden terstond herbenoembaar, indien zij daartoe door de bestuurscommissie worden voorgedragen, met dien verstande dat de totale zittingsduur ten hoogste 12 jaar is. 4.. Bij een tussentijdse vacature als gevolg van het bepaalde in de artikelen 14 en 15 voorzienburgemeester en wethouders daarin, op voordracht van de bestuurscommissie, voor de resterende zittingsperiode van de persoon, door wiens vertrek de vacature is ontstaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel