De omgevingsvergunning bedoeld in artikel 10, tweede lid, kan door het college worden ingetrokken ingeval:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10, tweede lid, niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen.
Hoofdstuk 3
Artikel 12
Intrekken omgevingsvergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening Heemstede 2017