Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4

De aanwijzing tot gemeentelijk monument

Onderdeel van Erfgoedverordening Heemstede 2017

1.. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak aanwijzen als gemeentelijk monument. 2.. Een aanvraag van een belanghebbende dient in ieder geval te omvatten: een beschrijving van de onroerende zaak en een onderbouwing van de criteria zoals genoemd het eerste lid van artikel 5. 3.. Voordat het college over de aanwijzing een besluit nemen, vraagt zij advies aan de monumentencommissie over de criteria genoemd in het eerste lid van artikel 5. 4.. Het vragen van advies aan de monumentencommissie kan achterwege blijven, indien: sprake is van een spoedeisend geval; het college van mening is dat niet wordt voldaan aan de criteria van het tweede lid van artikel 5. 5.. Een voornemen om toepassing te geven aan het eerste lid van dit artikel wordt door het college schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 6.. Voordat het college een onroerende zaak met een religieuze bestemming dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert zij overleg met de eigenaar. 7.. Dit artikel is niet van toepassing op onroerende zaken met de status: rijksmonument of provinciale monument.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel