Wanneer na het verloop van drie jaren na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning nog geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de vergunde activiteiten, wordt aan de vergunninghouder het formele voornemen tot intrekken kenbaar gemaakt, waarbij hij tevens in de gelegenheid wordt gesteld om zijn zienswijze over de voorgenomen intrekking kenbaar te maken;
Wanneer binnen de daarvoor beschikbaar gestelde termijn géén zienswijze binnenkomt zal zonder meer tot intrekking worden overgegaan. Indien er tijdig wel een zienswijze binnenkomt zal een besluit worden genomen waarin de zienswijze in de belangenafweging wordt meegenomen.