Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Wet STAP

Onderdeel van Participatieverordening gemeente Leeuwarden

Het college verstrekt aan de persoon als bedoeld in artikel 2.2 lid 1 onder a en b van deze verordening en personen als bedoeld in artikel 7, derde lid van de WWB, die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de WWB een premie waarvan de hoogte door het college wordt bepaald in de nader vast te stellen beleidsregels. Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld. De premie wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de klant de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden. Indien de klant niet beschikt over een startkwalificatie wordt binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. Het college betrekt bij de in lid 4 bedoelde beoordeling: het oordeel van degene in wiens opdracht de klant de additionele werkzaamheden uitvoert en de scholingswens van de klant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel