1. In deze verordening wordt verstaan onder:
ANW: Algemene nabestaandenwet;
Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden;
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
klant: de persoon die onder de doelgroep als genoemd in artikel 2.2 van deze verordening valt;
nugger: niet-uitkeringsgerechtigde persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a WWB, die niet of minder dan 12 uren per week werkt en meer dan 12 uren per week wil werken;
ondersteuning: het geheel aan voorzieningen als bedoeld in artikel 7 lid 1, onder a van de WWB die de gemeente biedt ter bevordering van de voor de klant hoogst haalbare participatietrede;
participatie: alle activiteiten waaraan de klant in de samenleving deelneemt, onderverdeeld in arbeid, onderwijs en maatschappelijke participatie;
participatietrede: trede van de participatieladder waarop de klant participeert, hierbij staat trede 6, de hoogst haalbare trede, voor betaald werk, vervolgens staat trede 5 voor betaald werk met ondersteuning, trede 4 voor onbetaald werk, trede 3 voor deelname aan georganiseerde activiteiten, trede 2 voor sociale contacten buitenshuis en trede 1 voor geïsoleerd levend;
WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs;
WI: Wet inburgering;
WSW: Wet Sociale Werkvoorziening;
WWB: Wet Werk en bijstand.
2. Alle niet nader omschreven begrippen die in deze verordening worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Wet participatiebudget, Wet Werk en Bijstand, Algemene wet bestuursrecht of overige in deze verordening aangehaalde wetten.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Participatieverordening gemeente Leeuwarden 2012