Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels participatie 2016

Waar nodig, worden voorzieningen ingezet om het hoogst mogelijke participatieniveau voor de betreffende klant te bereiken. Het uiteindelijke doel is het verkleinen van de afstand tussen klant en arbeidsmarkt. Hierbij wordt uitgegaan van het principe: werken is het doel, participeren de norm. In het kader van participatiedienstverlening kunnen de volgende op arbeidsinschakeling gerichte voorzieningen worden ingezet: 1) Beschut werk: Voorrang van instroom op beschut werken plekken wordt gegeven aan de personen die voldoen aan de kenmerken van VSO/Pro onderwijs en/of WSW begeleid werken geïndiceerd zijn, waarbij sprake dient te zijn van een minimale leeftijd van 18 jaar. Het aantal beschut werken plekken wordt gemaximeerd op 1 op 3 uitgestroomde WSW-medewerkers 2) Werkvoucher: Werkgevers die een persoon uit de doelgroep aannemen kunnen een Werkvoucher van maximaal € 2.500,- ontvangen. De Werkvoucher is beschikbaar voor werkgevers in alle sectoren en branches. De voorwaarden voor verstrekking van een Werkvoucher zijn vastgelegd in de Regeling Werkvouchers 2015. 3) Proefplaatsing: Een klant kan na bemiddeling op een reguliere vacature of op een bab gedurende maximaal drie maanden op proef worden geplaatst met behoud van uitkering, op voorwaarde dat de werkgever vervolgens de klant voor minimaal zes maanden een contract aanbiedt indien de klant voldoet. Deze periode van drie maanden kan indien nodig éénmalig worden verlengd met nog eens drie maanden. Indien in het kader van een proefplaatsing een loonwaardebepaling heeft plaatsgevonden, wordt de periode van de proefplaatsing niet verlengd. 4) Werkstage: Als bemiddeling op een reguliere vacature nog niet mogelijk is en de klant wel voldoende werknemersvaardigheden en motivatie heeft om bij een werkgever ervaring op te doen kan een werkstage zinvol ingezet worden. De werkstage met behoud van uitkering duurt maximaal 6 maanden bij eenzelfde werkgever. 5) Préstart traject: a. Klanten met een bijstandsuitkering of een IOAW-uitkering die uitkeringsonafhankelijk willen proberen te worden door het starten van een eigen bedrijf of zelfstandig beroep, kunnen mogelijk in aanmerking komen voor een préstart traject van het BZF. b. Indien een klant die deelneemt aan een préstart traject in verband daarmee noodzakelijke kosten heeft, zoals kosten voor uitvoering van een marktonderzoek of voor geringe investeringen in het kader van de voorbereiding, kan de voorziening worden uitgebreid met een verstrekking in de vorm van een voorbereidingskrediet, conform artikel 29 Besluit Bijstandverlening zelfstandigen 2004. Dit krediet bedraagt  maximaal € 2.000,-. Het gaat in eerste instantie om een renteloze geldlening die wordt omgezet in een rentedragende lening indien de klant in aansluiting op het préstart traject een bedrijf of zelfstandig beroep begint. Als de klant na afloop van het préstart traject echter in de uitkering blijft, wordt de renteloze geldlening omgezet in een bedrag om niet. 6) Maatwerkvoorziening: a. Het instrument maatwerkvoorziening behelst het inkopen van (aanvullende) re-integratie / participatiedienstverlening op individueel klantniveau, zonder te zijn gebonden aan vooraf gecontracteerde marktpartijen. Het moet gaan om instrumenten of voorzieningen die participatie- of re-integratie bevorderen. b. De inzet van het instrument moet een directe toegevoegde waarde hebben op de verkleining tot de afstand tot de arbeidsmarkt of een daadwerkelijk meetbare meerwaarde leveren aan de zelfstandigheid van de klant. Tot maatwerkaanpak kunnen bijvoorbeeld worden gerekend werkplekaanpassingen, scholing en training (deze opsomming is niet uitputtend). c. Bij de inzet van dit instrument dient het inkoopbeleid van de gemeente Leeuwarden in acht te worden genomen. 7) Vrijwilligerswerk: Als bemiddeling  naar regulier werk nog niet mogelijk is en de klant nog onvoldoende werknemersvaardigheden heeft kan het verrichten van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering worden aangemerkt als voorziening gericht op arbeidsinschakeling. 8) Persoonlijk participatiebudget: 1. Een PPB kan slechts worden ingezet als die naar verwachting in hogere mate bijdraagt aan het verkleinen van de afstand tussen klant en arbeidsmarkt dan de hiervoor genoemde voorzieningen 1) tot en met 7). 2. Bij de beoordeling van het al dan niet inzetten van een PPB moeten alle relevante omstandigheden en mogelijkheden van het individuele geval zorgvuldig worden meegewogen. Hierbij kunnen argumenten een rol spelen als: - het is een goedkope oplossing (de investering leidt tot de kortste weg naar besparing op Inkomensdeel); - er is sprake van eigen oplossing / eigen kracht. 3. Het met de inzet van het PPB beoogde doel, zoals beschreven in het plan van aanpak, moet in beginsel binnen 12 maanden na toekenning worden gerealiseerd. 4. Per klant kan maximaal een bedrag van € 2.500- worden ingezet ter uitvoering van het plan van aanpak. Een PPB wordt per klant slechts één keer verleend.

Rechtspraak bij dit artikel