Naar hoofdinhoud
1.. Voor 30 maart 2019 geeft de aanvrager een bouwopdracht. Hiervan zendt hij uiterlijk 15 april 2019 een afschrift aan het college. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt voldaan. 2.. De in het eerste lid bedoelde: bouwopdrachten en overeenkomsten zijn onherroepelijk; bouwopdrachten vermelden de aanvangsdatum van het werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, waarbinnen het werk wordt opgeleverd; 3.. De aanspraak op bekostiging vervalt niet als het overschrijden van de in het eerste lid bedoelde termijn veroorzaakt wordt door: bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen, en de aanvrager voor 1 maart 2019 een schriftelijk gemotiveerd verzoek tot het verlengen van de termijn heeft ingediend bij het college. 4.. Het college beslist voor15 maart 2019 op een verzoek tot het verlengen van de termijn. Bij inwilliging van het verzoek wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de termijn wordt verlengd.

Rechtspraak bij dit artikel